Een blog die al even in mijn gedachte was en nu van de grond komt. Een onderwerp dat me even bezighoudt. Tijd om weer even in de pen te klimmen..

Één van de lessen waar ik mee ben opgegroeid is ‘samen spelen, samen delen’. Het zou ‘sociaal ongewenst’ zijn als je als kind niet met iedereen speelt en ‘egoïstisch’ zijn als je als kind niet alles wil delen. Ik ben er over gaan nadenken. Hoe sta ik hierin als moeder en wat wil ik mijn kind meegeven?

Als ik terugdenk aan mijn jeugd, aan de maatschappij van toen, en de latere levenslessen in mijn leven, dan mis ik één ding wat ik graag geleerd zou hebben; het ik gevoel. Dat ‘ik’ ook belangrijk ben en dat ‘ik’ trots mag zijn als ik eigenwaarde en zelfliefde ken. Voor mijn gevoel is de maatschappij erg gericht op de buitenwereld. Naar elkaar toe. Minder naar jezelf. Begrijp me niet verkeerd, dat is goed. Maar voor mijn gevoel mag jij er als individu ook zijn. Je mág je gevoel uiten. Je mág je grenzen aangeven bij een ander. Dat is niet egoïstisch. Dat is goed zorgen voor jezelf.

Sociaal wenselijk gedrag en houding wat je (on)bewust meekrijgt. En je ziet dat ook terug op scholen en de lessen die ze daar leren. Bij mijn dochtertje pak ik het op een manier aan waarbij ik hoop dat ze dit haar latere leven meeneemt als bagage. Ik geef haar een balans mee tussen lief en aardig zijn voor een ander én voor haarzelf. Dochterlief begint nu aardig aan te voelen hoe de vibe van een ander is, waar ze zich door laat omringen en leren zichzelf te uiten.

Als een kindje niet aardig doet tegen haar (in de pauze bijvoorbeeld) of haar plaagt/uitlacht, en hetzelfde kindje vraagt vervolgens om af te spreken, dan zal mijn dochtertje dat niet doen. Toch ben ik van mening dat iedereen een tweede kans verdient en ik haar niet zwart/wit wil leren. Ik geef haar handvatten mee zodat ze daarmee op een fijne manier – hard op de inhoud zacht op de persoon (ja, dat kun je je jonge kind al leren) – haar persoonlijke grens durft aan te geven.

“Mam, ik heb je advies opgevolgd en het werkte”, riep ze laatst enthousiast na school. Nadat een kindje steeds vervelend gedrag vertoonde in de pauze (leer je kind overigens dat het gedrag van een ander niet fijn voelt, niet de persoon zelf), gaf dochterlief haar grens aan. Toen het kindje de volgende dag vroeg om ze mee mocht spelen, zei dochterlief; “natuurlijk mag je met ons meespelen, zullen we het dan wel gezellig houden, anders voelt het samen spelen voor mij niet fijn”. Het kindje was even stil, knikte vervolgens instemmend en ze speelden superfijn.

Waarom heb je dat niet eerder geuit, vroeg ik dochterlief? “Nou, als je je grens aangeeft, dan wordt een kindje vaak boos of verdrietig, stapt naar de juf en dan krijg jij de schuld”. Aha, dus emoties als boosheid of verdriet leken een vrijbrief voor kinderen om onder hun verantwoordelijkheid uit te komen. En je grens aangeven bij een kind, dat werd juist niet geaccepteerd. Je moet tenslotte met iedereen spelen en niemand buitensluiten. Het laatste klopt, daar sta ik 100% achter, maar.. je mag (moét) zeker je grens aangeven. Een ander mag niet over je grens gaan. En dat stuk, dat mis ik nog al te vaak.

Dochterlief probeer ik mee te geven dat ze voor zichzelf mag opkomen en haar grenzen mag aangeven, mits ze dit op een fijne en respectvolle manier doet. Mijn zegen heeft ze. Ik heb liever dat ze zich nú leert uiten naar een ander, dan dat ze zich later wegcijfert voor een ander en alles maar accepteert.

Zo ook met delen. Natuurlijk mag ze iets delen met een ander. En dat doet ze ook. Tenzij een ander eist dat ze iets deelt. Daar zal dochterlief niet in meegaan. Thuis hebben we ook de regel dat hetgeen wat ze niet wil delen tijdens een speeldate aan de kant wordt gelegd. Een speelgoedje, een knuffel, wat dan ook wat voor haar van waarde is hoeft ze van mij niet te delen. Dat is van haar.

Zoals met alles in het leven, is het sleutelwoord in deze ook ‘met mate’. In goede balans. Té lief of té meegaand is niet bevorderlijk voor je eigen groei en ontwikkeling. Het is de kunst om in je leven een dusdanige balans te vinden tussen goed zijn voor een ander en goed zijn voor jezelf. Kinderen hebben die balans van nature al, puur als ze zijn, maar verliezen het onderweg of wordt het (on)bewust afgeleerd. Met alle gevolgen van dien, als ze zich later staande willen houden als volwassene.

Je wil je kind zoveel leren, en eigenlijk hebben ze door hun puurheid als vele wijsheden in henzelf. Eigenlijk is het zelfs andersom. Wij kunnen vaak nog wat van ze leren, als we maar durven te kijken..

Liefs, Jootje